
|
De zeemeermin.
Ze hadden iets vreemds.
Zíj had periodes waarin ze met haar been begon te trekken en híj had altijd al rare voeten gehad.
Ze wezen niet naar voren maar naar beneden en hij kon ze op een eigenaardige manier bewegen.
Toen zij samen een dochter kregen, kon het ook niet anders dan een zeemeermin zijn.
Zij huilde niet, maar stootte lieflijke kreetjes uit.
Ze gaven haar een bakje water, waarin ze zich uitstekend vermaakte.
Later is ze er op eigen kracht uitgeklommen en naar zee gegaan.
Ze hoorden haar nog wel eens in de verte zingen of zagen haar zitten op een rots.
www.anuka.nl
|