



I'm just trying to make some sense
I need someone I can cry to
I need someone to protect
(The Rolling Stones, 1981)
Wachten op iets of iemand is een schone zaak want je wekt daarmee altijd hoop op.
Als we naar de tekst van het beeldverhaal Weg (Uitgeverij Bries, 2010) kijken, geschreven door Pieter van Oudheusden, lezen we dertien hoofdstukken die elk een korte, doch krachtige en diepe dialoog tussen Kleine Vos en Beer voorstellen. Kleine Vos is voor alle duidelijkheid een meisje, Beer een man, die elkaar af en toe op een vaste stek -een bank- in een stadspark ontmoeten.
De gesprekken gaan over gevoelens die elk van ons ooit heeft gehad, zoals dromen (hoop), angst, ouderdom, leven en dood. Beide gesprekspartners vullen elkaar aan: Kleine Vos is dromerig, wellicht idealistisch van aard; Beer daarentegen staat met beide voeten/poten op de grond en is enigszins melancholisch.
Kleine Vos en Beer zitten “op hun bank in het park en wachten tot er iets gaat gebeuren”. Hun ontmoeting is toevallig: Beer zit op een bank zonder iets te doen, klopt naast zich op de zitting van de bank en zegt tegen Kleine Vos die net langs komt dat ze even moet gaan zitten. Zij heeft ook niets te doen en gaat gretig in op zijn voorstel.
In het laaste hoofstuk (14/bank) lezen we opeens dat Beer niet meer terugkeert naar het park om met Kleine Vos te praten. Maar zij is volhoudend en blijft op haar plek zitten. Immers zei Beer niet tegen haar dat als je lang genoeg wacht, er altijd wel iets gebeurt?
Een droevige en melancholische fabel, niet alleen over hoop en wanhoop maar ook over de (on)zin van het wachten.
Ephameron beschreef haar werk ooit als “fragiel doch betekenisvol” en dit begrippenpaar zouden we op haar tekeningen in Weg kunnen toepassen: ruwe poëtische semi-schetsen in sobere grijs-gele tinten die spontaniteit en kwetsbaarheid opwekken. De aandachtige kijker kan zorgeloos in een doolhof van zogenaamd achteloze potlood- en penstreken verdwalen.
Gefragmenteerde acties passeren de revue: een jonge vrouw probeert iets op te schrijven maar kan zich niet goed concentreren en kijkt dromerig door het raam, zij doet een jas aan, gaat de trap af en loopt ietwat verloren op straat, 'n eenrichtingsweg nota bene!
Het meisje maakt foto´s, staat af en toe even stil en gaat verder met wandelen. Duiven en ganzen zijn ook van de partij.
De jonge vrouw heeft honger dus ze neemt een hap van een appel. Een toespeling op de vergiftigde appel van Sneeuwwitje? Maar waar loert het gevaar?
Tenslotte gaat ze op een bank op een park zitten en een man wiens gezicht niet te zien is komt naast haar te zitten. Kleine Vos en Beer?
Tijdens het lezen had ik het gevoel dat tekst (verhaal) en tekeningen niet altijd op een heldere manier met elkaar te verbinden zijn. Beiden zijn elk op hun beurt mooi en poëtisch maar eisen veel aandacht van de lezer op. Alsof elk zijn eigen weg kiest. De lezer moet zelf alle eindjes aan elkaar knopen.
Misschien is het beter zo, want bij echte Kunst is niets vanzelfsprekend. Zo is Weg een beeld/verhaal dat na het lezen meer vragen dan antwoorden biedt. Wie is die jongedame? Wat kwelt haar? Wie gaat naast haar zitten op de bank? Gaat het om een oud liefdesverhaal gezien een groot ingekerfd hart in een boomstam tegen het eind van het relaas? Wat is de geschiedenis van Beer? Wat is de toekomst van Kleine Vos? Hoe lang blijft ze wachten?
Een ding is (bijna) zeker: Ephameron (Eva Cardon, Antwerpen, 1979) en Pieter van Oudheusden (Puttershoek, 1957, schrijver, scenarist en vertaler van strips) hebben hand in hand een teder verhaal over afwezigheden gecreëerd: mensen om ons heen gaan weg en mensen zijn steeds op weg altijd ergens anders naartoe, “elke dag een stapje dichterbij”, aldus Beer.
Zo is wederom de weg belangrijker dan het doel.
Santiago Martín
Weg - Ephameron en Pieter van Oudheusden;
48 pagina's full colour - softcover;
uitg. Bries (www.bries.be), ISBN 978-90-76708-99-7
Te verkrijgen bij de stripspeciaalzaak. De prijs bedraagt € 16,50.
|